Feeds:
Berichten
Reacties

ouderen

De Universiteit Twente heeft een onderzoek gedaan naar het surf-/zoekgedrag van gewone burgers op sites van de overheid. Opvallend is dat ouderen – zeker na enige training – in het geheel niet slechter scoren in zoeken en interpreteren van informatie (strategie) dan jongeren. Soms zelfs beter. Jongeren worden dus nogal eens overschat, en ouderen onderschat. Mooi onderzoek. Belangrijke conclusies. Ik citeer hier een deel van het persbericht van de UT:

(start citaat)
Digitale generatie scoort niet beter
Dit onderzoek is een opsteker voor ouderen. Met een klein zetje in de rug, het opdoen van knoppenkennis en surfvaardigheden scoren zij net zo goed of beter dan jongeren in de ‘hogere’ vaardigheden van informatie en strategie. De populaire hypothese dat het probleem van de digitale vaardigheden vanzelf verdwijnt met het uitsterven van de oudere generaties blijkt onjuist. Zowel bij jongeren als ouderen zijn er groepen die het internet heel slecht en heel goed kunnen gebruiken. Vooral informatievaardigheden zijn een probleem, ook bij jongeren.
(einde citaat)

De China-expert Daniela Stockmann spreekt in een NRC-artikel van 26 maart jl. over de perscensuur in China. Hoe belangrijk internet ook aan het worden is in China, het land is voornamelijk nog een krantenlezende natie. De Chinese autoriteiten controleren maar liefst 1938 verschillende kranten dagelijks op inhoud! Een aantal kranten daarvan is niet meer in staatshanden maar commercieel. Deze merken promoten zichzelf met slogans als: “Wij maken een krant die dicht bij JOU staat” of “De krant die over alles praat”. Door dit commerciele uiterlijk overschatten veel Chinezen de onafhankelijkheid van deze kranten. Sterker nog, zo blijkt volgens Stockmann, door hun imago van onafhankelijkheid kunnen deze kranten lezers juist goed overtuigen van het partijstandpunt. Deze kranten blijken aan een vorm van zelfcensuur te doen, die wellicht nog sterkere effecten heeft dan de klassieke (staats)censuur. En dat is een onbedoeld gevolg, waar de autoriteiten baat bij hebben.

Hoewel de vergelijking op vele punten mank gaat, denk bij dit bericht aan het ontstaan van (internet)merken in Nederland die ook promoten ‘dicht bij jou’ te staan en onafhankelijk zijn. Ook in de zorg komen er commerciele initiatieven die onafhankelijkheid promoten en ‘dicht bij ons (belang) menen te staan”. Een amerikaanse site als Healthgrades.com roept voor mij dan wel allerlei vragen op. Wie spreekt daar namens wiens belang? Hoe onafhankelijk is men? Check it out, zou ik zeggen. We leven in een vrij land.

Samen nieuws maken?

PCM/De Volkskrant heeft op 10 maart jl. een bijzonder interessant ’social experiment’ gestart: www.EN.nl. Een website (de eerdere versie in 2000 flopte) waarop bezoekers samen nieuwsberichten kunnen bewerken. Op dit moment zijn helaas alleen nog berichten van het ANP de basis, bezoekers kunnen nog geen artikelen inbrengen. Maar alle online artikelen kunnen wel volledig worden aangepast. Bezoekers krijgen – deels op basis van het nemen van een account – de beschikking over allerlei online bewerkingstechnieken: tagging (trefwoorden toekennen), commentaar-opties, foto- en video uploadsmogelijkheden en natuurlijk tekstbewerkingsmogelijkheden. De website doe een dappere poging om via een dropdown optie de ‘collectieve wijzigingshistorie’ te ontsluiten. Niet echt makkelijk qua gebruik, maar het idee erachter is boeiend. Qua concept heeft En.nl alle trekken van ’social software’ sites zoals Wikipedia of De.icio.us. Een vergelijkbaar initiatief op het terrein van nieuws is overigens www.NUjij.nl. Een flink deel van de ambitie bij EN.nl komt voort uit het feit dat site geen redactie heeft! Redactieloos. De nieuwssite wordt nadrukkelijk neergezet als experiment. “Hoe kun je de beste nieuwssite maken?”, vragen de bedenkers zich af. “Misschien is dat alleen mogelijk met een redactie, misschien alleen zonder redactie of misschien zit het ergens in het midden, maar we kunnen alles uitproberen.”

afbeelding-2.png

Ik zou zeggen: ga er heen, volg het, verwonder je, bewonder, irriteer je, verbaas je, lach & vrees. En vooral ook: begin te begrijpen waarom dit soort experimenten momenteel ontstaan. Is dat vanwege het feit dat web2.0-achtige technieken nu eenmaal ‘out there’ beschikbaar zijn, of eerder vanwege een maatschappelijke en wereldwijde discussie over de positie en autoriteit van voorheen vaak onbetwiste organisaties zoals kranten en persdiensten als ANP en Reuters. Mondiale twijfel aan de vanzelfsprekende autoriteit van experts bij dit soort organisaties. De ‘wisdom of crowds’? We gaan het meemaken. Zoveel is duidelijk!

Leer de robots aaien

NRC Next van 8 november 2007 doet verslag van een Amerikaans experiment waarbij een robot tussen peuters in een kinderdagverblijf wordt geplaatst. Het gaat om het door Sony ontwikkelde robotje QRIO. Dit is een “goedgehumeurde namaakpeuter van 58 centimeter met grote verbaasde ogen”. QRIO kan “liggen, zitten, opstaan, lopen, dansen, liedjes zingen en vooral: aanstekelijk giechelen”. Zowaar al een prestatie.

sony_qrio.jpg

Het experiment is opgezet om er achter te komen welke vormen van interactie de peuters aangaan met hun nieuwe speelkameraadje, en welke vorm(en) daarbij het meest duurzaam blijken te zijn. De onderzoekers hebben als doel een robot te ontwikkelen die de aandacht van de peuters meer dan 10 uur kan vasthouden. Helaas lukt dit geen enkele robot (uitzondering: een robot die een eindeloos verhaal reciteert). Het moeilijkst blijkt het om interactie te verzinnen die de aandacht blijvend vasthoudt. Allerlei goedbedoelde pogingen sneuvelen. Zoals het spontaan in zingen uitbarsten van de robot wanneer er een peuter langskomt; dit werkt maar tijdelijk. Of het zwaaien naar een peuter, wat meestal te laat komt om te worden opgemerkt door de peuter in kwestie.

kids.jpg

Maar er is hoop. De interactie die wel hout snijdt blijkt te bestaan uit het gaan giechelen van de robot als reactie op het aanraken van zijn hoofd door de de peuter. Dit is interessant, in het bijzonder het feit dat de interactie nu ontstaat op initiatief van de peuter zelf (en niet door voorgeprogrammeerd gedrag bij de robot).

Hoe leerzaam is dit voor iedereen die nadenkt over hoe vreemde technieken het best kunnen worden geïntroduceerd in organisaties. Ik moest bijvoorbeeld denken aan Claudio Ciborra die in zijn boek “The Labyrinths of Information, Challenging the Wisdom of Systems” (2002) spreekt over het ontwikkelen van een houding van gastvrijheid (hospitality) ten opzichte van nieuwe techniek. Volgens Ciborra is gastvrijheid (Xenia) voor veel culturen al eeuwenlang een effectieve manier gebleken om te leren gaan met ‘het vreemde’. Wees welkom, wie je ook bent. Hij promoot gastvrijheid als “phenomenon of dealing with new technology as an ambigious stranger”. Gastvrijheid is “the first step in accepting the Other”. Er is vaak sprake van ambiguïteit bij de ontvangende gastheer. Het is immers nog niet duidelijk of de verwelkomde gast een vriend of een vijand is. Maar gastvrijheid als culturele waarde is al eeuwen een goede basishouding bij elke kennismaking met “het vreemde”.

Zo ook de kennismaking met de robot QRIO. Voor mij vertegenwoordigt de peuter in het interessante experiment de wereldwijde traditie van hospitality. Het aaien als een vorm van primitieve gastvrijheid en verwelkoming: de peuter stelt de robot gerust. Niet een vorm van ‘automatisme’ ligt dus aan een duurzame relatie ten grondslag, maar de poging van de peuter de nog vreemde robot op zijn gemak te stellen.

Met Ciborra’s theorie in het achterhoofd en de praktische wijsheid van de peuter, zou ik willen beweren dat in onze complexe tijden verder leren ontwikkelen van ons aloude vermogen tot gastvrijheid wel eens een sleutel kan worden om te komen tot een betere en duurzamer relatie tussen mensen en techniek.

Speeltje?

Is dit een leuk speeltje of meer dan dat? Bedenk zelf welke gebruiksmogelijkheden er zijn als je de (frequentie van) trefwoorden uit een willekeurige tekst laat visualiseren in een zogenaamde ‘tag-cloud’. Gooi een willekeurige beleidsnota door deze machine en verbaas je. Of een gedicht. Of een boeddhistische tekst.

De tagcloud van mijn laatste 5 posts ziet er als volgt uit:

picture-1.png

Tot mijn verbazing verschijnt het woord “hoe” het meest prominent in de trefwoorden-wolk,  gevolgd door het woord “kiezen”. Met wat finetuning kun je verder werken aan een filtering. Kortom: experimenteer zelf op http://www.tagcrowd.com

Paul Otlet, visionaire Belg

Wie beelden over de toekomst zoekt, lave zich aan het verleden! Ver voor de Tweede Wereldoorlog blijkt de Belg Paul Otlet bijvoorbeeld een soort van multimedia-computer voorzien te hebben. In zijn boek “Traité de Documentation” uit 1934 (een boek met als subtitel “het boek over het boek”) werkt hij de concepten van een ‘televised book’ en ‘radiated library’ uit. Het vraagt weinig fantasie om er het huidige internet in te zien. Bekijk het volgende filmpje waarin alles mooi wordt verbeeld.

Wie durft een beeld te schetsen van onze samenleving in 2079? Wil de nieuwe Paul Otlet opstaan?

Hoe vaak horen we niet de uitdrukking “het is goed om de klokken eens gelijk te zetten!”. Hoe doe je dat, de klokken gelijkzetten? Laten we eens kijken hoe de Nederlandse Spoorwegen dat geleerd heeft te doen. Waarbij de noodzaak om dit te leren natuurlijk ontstond door de eis dat treinen om op tijd te lopen in ieder geval dezelfde tijdsaanduiding hanteren.

klokns.jpg

In Utrecht staat een zogenaamde moederklok die elke minuut aan alle andere klokken op de Nederlandse stations een pulsje geeft. Exact. Per 60 seconden een puls. Op zo’n moment springt de minutenwijzer naar de volgende minuut. Maar als we goed kijken is er eigenlijk iets anders aan de hand: we zien dat de minutenwijzer rond dat moment van ’springen naar de volgende minuut’ onnatuurlijk lang stilstaat. Ja, zelfs de secondenwijzer loopt niet helemaal lekker. Wat blijkt: beide wijzers staan eigenlijk voor een zeer kort moment gewoon stil. Te wachten. Stilstaan, dat is wel zeer eigenaardig voor een klok!

Blijkbaar is de enige manier voor de NS om de stationsklokken gelijk te krijgen, collectief een vorm van licht bedrog te hanteren. Hoe regelmatig de wijzers ook door de minuut heen lijken te tikken, eigenlijk wordt de minuut steeds iets te enthousiast afgelegd. De enige manier om wanorde te voorkomen, blijkt door alle klokken collectief netjes te laten wachten op de Utrechtse moederklok-puls. En dan begint de relatieve vrijheid van de wijzers op alle Nederlandse stations opnieuw. Weer voor net iets minder dan een minuut. Simpel, niet?

Nu kom ik tot mijn punt (ja, waar blijft dat?!): de relatieve chaos van de ‘wijzers’ kun je je blijkbaar alleen permitteren (als NS) als je daarnaast een andere orde introduceert: de orde van de moederpuls. Dus de schijn bedriegt! Wat we zien ‘lopen’ op de NS-klok lijkt wel heel echt, maar doet er eigenlijk niet toe. De wijzers die wij zien als perron-bezoeker zijn helemaal niet bepalend voor de klokken-accuratesse.

Kunnen we hier iets leren? Kunnen we bijvoorbeeld op het Internet de ‘vrijheid de klokkenwijzers’ toestaan zonder centrale regie? Daar valt over te debatteren. Kijk eens hoe Wikipedia bijvoorbeeld bezig is om om ‘moederpulsjes’ te introduceren en auteurs van onderwerpen beter te leren samenwerken. Of kijk hoe de photosharing website Flickr.com zich steeds vaker lijkt te bemoeien met de inhoud van foto’s (foto’s van kinderen met sigaretten schijnen te worden verwijderd). Ik pleit hier niet voor het Internet als een Stalinistische centraal geleide economie. Ik probeer te leren terwijl ik kijk. En ik probeer te leren van  de wijsheid uit de analoge wereld. Ik probeer te snappen hoe de huidige vrijheid van kleinere elementen en technieken zoals weblogs, tagging, fotosharing, collective publishing en allerlei andere web2.0 elementen (de symbolische ’secondenwijzers’) zich lijken te moeten verhouden tot bovenliggende regie en ordening.

De aanhangers van Web2.0 vinden dit onzin en zullen aanvoeren dat juist pas de intelligentie van al deze ‘onafhankelijke’ elementen tesamen een geheel nieuwe ordening mogelijk maakt. Waarin het vragen om ‘moederpulsjes’ tot oud denken wordt bestempeld. Er ontstaat vanzelf een nieuwe ordening. Als ware het internet een Complex Adaptive System.

We zullen zien hoe het Internet zich ontwikkelt. Om de treinen in de analoge werld op tijd te laten rijden ondergaan we bereidwillig enig klokkenbedrog en centrale regie. Of iets dergelijks ook nodig blijkt te zijn om het ‘verkeer op de digitale snelweg’ op elkaar af te stemmen moet blijken. De eerste experimenten (van onder meer de firma Swatch) met een centrale Internet Time zijn veelzeggend.

Het inzetten van robots voor de medische wetenschap is geen nieuws. Chirurgen kunnen bijna niet meer zonder, om maar een beroepsgroep te noemen die altijd sterke interesse heeft in techniek. Discussies over het breder inzetten van robots in het domein van zorg kennen allerlei dimensies: ethische, praktische en financiële, om er maar een paar te noemen. Een studie in het Sinai Hospital ziekenhuis te Baltimore gaat in op het inzetten van robots aan het bed. De studie toont aan dat patiënten die in de periode na een maag-operatie aanvullend op het face-to-face contact met een arts, ook via een robot contact met een arts hebben sneller naar huis gaan. Het scheelt een hele dag vergeleken met de groep die geen robot zag (1.26 dag met en 2.33 dag zonder de robot).

Discussies over het introduceren van dit soort moderne technieken worden aanzienlijk verscherpt vanaf het moment dat aangetoond wordt dat er ‘geld mee te besparen is’. Volgens de onderzoeker is deze ene dag minder ziekenhuisopname in ieder geval een voordeel voor zowel ziekenhuis als patiënt. Dat laatste valt natuurlijk nog te bezien, onder andere omdat in het onderzoek niet gemeten is of de patiënt zelf ook tevredener is (of – nog interessanter in termen van outcome – zelfs optimaler herstelt door inzet van een robot!). Ook is het interessant om te ontdekken hoe de bed-robot het contact tussen arts en patiënt verandert. Dat alles is niet onderzocht en zou een mooie vervolgstudie zijn.

Wereldwijd zijn op dit moment zo’n 100 bed-robots in 60 ziekenhuizen actief. Ik denk dat dit aantal snel gaat groeien. Het gaat nog om tamelijk eenvoudige technologie. Het is bijvoorbeeld niet de robot zelf die via artificiële intelligentie beslissingen neemt (zonder tussenkomst van een arts), maar het gaat vooralsnog alleen om een arts die op afstand zijn werk doet en zelf alle beslissingen blijft nemen. Een soort camera-arts-op-wieltjes dus. Wel nuttig natuurlijk, al was het maar uit het oogpunt van inzetbaarheid van artsen (remote medicine). Maar het wordt pas echt boeiend als een robot zelf (als computer) de interactie mee gaan beïnvloeden en zelfs in discussie gaat met de real-life-doctor.

Fascinerend blijft het tenslotte te zien hoe robots een vorm van ‘antropomorfisering’ ondergaan. Ze krijgen een roepnaam (Dr. Rudy, Dr. Zeus et cetera), ze krijgen bij voorkeur afmetingen van mensen (p1.80 meter hoog met een ‘hoofd’) en ze worden bij voorkeur op de promotie-foto’s geportretteerd met een (liefst lachende) hulpverlener ernaast. Wel zo menselijk.

Vergelijk de volgende twee foto’s en stel zelf vast in welke robot u het meeste vertrouwen heeft:

18robot.jpg drrobot.jpg

In een tijdschrift over ontwerpen las ik een artikel waarin de relatie tussen techniek en vertrouwen werd uitgediept. De auteur gebruikte hierbij een beeld. Hij vergeleek de techniek van ‘een kruispunt met stoplichten’ met de techniek van ‘een kruispunt als rotonde’. High-tech versus low-tech. Complex versus eenvoud. Veel regels versus weinig regels.

traffic_light-ss.jpg rotonde.jpg

Er is veel over deze verschillen te zeggen, maar het gaat de auteur om het verschil in vertrouwen. Bij het kruispunt met de stoplichten zal de weggebruiker de stoplicht-techniek (machine) moeten vertrouwen. Bij een kruispunt als rotonde is de belangrijkste regel dat de mensen elkáár zullen moeten vertrouwen (mens).

Ik nomineer deze beeldspraak (of vergelijking of metafoor; daar wil ik nu even van af zijn) voor de TechniekMetafoorPrijs 2007! Deze prijs bestaat niet, maar mag als het aan mij ligt nu uitgevonden worden. Omdat het van belang is over sterke beeldspraken te beschikken in een samenleving waar discussies over techniek belangrijker zijn dan ooit. Ik zelf zal deze beeldspraak in ieder geval nog veel gebruiken. Bijvoorbeeld om uit te leggen wat web 2.0 is. Of om pleidooien te bekrachtigen: terug naar de eenvoud als dat kan, op naar low-tech als dat mag, downgraden in plaats van upgraden indien mogelijk. Meer mens, minder machine.

Kiesuwpatient.nl

We hebben iets met ‘kiezen’ in onze huidige samenleving. Ook in de zorg. De patiënt moet een zelfbewuste zorgconsument worden. Het gaat hierbij fundamenteel om het recht om zelfbeschikking. In dat kader moeten zorgaanbieders beter tonen wat ze nu eigenlijk in de aanbieding hebben en “met de billen bloot”. Velen hebben een visioen van een samenleving waarin autonome zorgvragers objectief inzicht hebben in de kwaliteit van het zorgaanbod en zelfbewust keuzes maken. De overheid stimuleert deze zorgmarkt door een project als www.kiesbeter.nl in het leven te roepen. Wordt het dokter A of B? Wordt het ziekenhuis 23, 47 of 89? Wordt het hospice X, hospice Y of hospice Z?

Maar stelt u zich het volgende eens voor…

Stel dat huisartsen, apothekers, ziekenhuizen, verpleegkundigen, psychologen, stervensbegeleiders, instellingen voor gehandicaptenzorg enzovoorts nu eens het omgekeerde gaan doen. Dat zij hun clienten en patienten zelf kiezen! Waarbij zij dan beschikken over de nationale website www.kiesuwpatient.nl. Deze site biedt inzicht in het actuele aanbod van zorgvragers. Min of meer gestructureerd als een veiling zoals eBay. Iedere zorgvrager presenteert zich op basis van een wetenschappelijk vastgestelde set van prestatie-indicatoren. Via wetgeving worden burgers verplicht lifestyle gegevens bij te houden, zelfs nog los van de vraag of er concreet een zorgvraag is. Het is een onderdeel dat verankerd is in het EPD (Electronisch Patienten Dossier).

Wat hebben de kiezende zorgprofessionals dan? Informatie, informatie, informatie!

Diabetespatienten geven bijvoorbeeld aan hoe goed zij zich houden aan hun medicatie en voorschriften, terminale patiënten tonen hoe professionalvriendelijk zij zijn geweest in hun leven, mensen die lijden aan obesitas kunnen worden vergeleken op BMI (ranking) en mensen met rugklachten kunnen geclassificeerd op combinaties van lifestyle en opleidingsniveau. Als met al toch wel een complexe materie, zoals u begrijpt. De overheid biedt dan ook empowerment programma’s aan voor professionals. Daarin leren zij optimaal om te gaan met dit nieuwe keuze-instrument. Waar immers te beginnen? Selecteren op leeftijd en ziektebeeld, op man/vrouw, op ernst van de klacht, op frequentie van de zorgvraag, op woonplaats van de cliënt, op zorgverzekeraar, op betrouwbaarheid van betaling, op inkomen, op beschikbaarheidstijden cliënt (zoek alle gegadigden die tussen 1o en 16 uur kunnen langskomen)?

Tenslotte is de invoering van de nationale PPI (Patient Prestatie Indicatoren) hierbij verder behulpzaam en maakt het makkelijk om te kiezen voor een aantrekkelijke patiënt. Overigens kunnen burgers op een uitnodiging van een professional om geholpen te worden natuurlijk nog steeds ‘nee’ zeggen, maar in een markt van schaarste van professionals is dit een niet onaanzienlijk risico (en bovendien wordt ‘nee’ weer vastgelegd in het profiel van de burger als onderdeel van de PPI).

Dit alles is natuurlijk een tamelijk onsmaakvolle fantasie. Professionals kiezen hun patiënten niet op een dergelijke wijze. Als was het alleen al omdat de eed van Hippocrates dit onmogelijk maakt. Het is dus een onaantrekkelijke wereld (hoewel met actuele discussies over de effecten van lifestyle de deur op een kier lijkt te zetten). Wees dus gerust. Voorlopig zijn de de meeste partijen in de zorg vooral hard bezig het “kiezen door zorgconsumenten” vorm te geven. Niet alleen de Nederlandse overheid zelf, maar ook organisaties van patiënten- en consumentenorganisaties. Zoals de NPCF die “De klant is koning” als titel op haar beleidsplan 2007-2010 zet. Historisch gezien een interessante nieuwe ontwikkeling en relevant. Transparantie op de “zorgaanbiedersmarkt” is een schijnbaar ondubbelzinnig na te streven maatschappelijk goed voor allen in de samenleving. Dat wij dus op de korte termijn een soort van tegenbeweging gaan zien (promotie van de “transparantie de zorgvragersmarkt”) is tamelijk onwaarschijnlijk.

Maar mij zet de bovenstaande fantasie wel aan het denken.

Meer dan ooit begin ik de eenzijdigheid van onze huidige politieke initiatieven in te zien. Annemarie Mol schreef recent een prachtig boek over het verschil tussen de ‘logica van het kiezen’ en de ‘logica van het zorgen’. Mol probeert als techniek-filosofe te beschrijven wat er gebeurt in de praktijk van zorg(en). Geparafraseerd (lees het boek!) zegt Mol: zorg is niet goed te beschrijven als een praktijk van louter kiezen, maar wel als een praktijk waarin alle actoren een soort ‘web van zorg weven’. De patient, de arts, de verpleegkundige, de vrijwilliger, de mantelzorger, de kinderen en zo verder. Iedereen doet er toe. Het is lastig om in zo’n web de patient als de Grote Initiatiefnemer te zien en professionals alleen de rol van (passieve) zorgaanbieder te geven. Volgens Mol is de metafoor van de markt en de kiezende zorgconsument daarom ontoereikend om de complexiteit van zorg te beschrijven.

Ook een auteur als Deborah Lupton schrijft over de ambivalente relatie tussen arts en patient (the medical encounter). Soms neemt de patient het initiatief, maar in andere fasen van de ziekte neemt de professional het initiatief. Of de mantelzorger of de verpleegkundige. Dit voortdurend kunnen wisselen van handelingsinitiatief en regie is volgens Lupton kenmerkend voor een zorgpraktijk waarin wederzijds vertrouwen ontstaat. En waarin de ‘grenzen van het kiezen’ bereikt zijn.

En waarin websites zoals kiesuwpatient.nl onzinnig worden.

« Nieuwere berichten - Oudere Berichten »