Hoe vaak horen we niet de uitdrukking “het is goed om de klokken eens gelijk te zetten!”. Hoe doe je dat, de klokken gelijkzetten? Laten we eens kijken hoe de Nederlandse Spoorwegen dat geleerd heeft te doen. Waarbij de noodzaak om dit te leren natuurlijk ontstond door de eis dat treinen om op tijd te lopen in ieder geval dezelfde tijdsaanduiding hanteren.
In Utrecht staat een zogenaamde moederklok die elke minuut aan alle andere klokken op de Nederlandse stations een pulsje geeft. Exact. Per 60 seconden een puls. Op zo’n moment springt de minutenwijzer naar de volgende minuut. Maar als we goed kijken is er eigenlijk iets anders aan de hand: we zien dat de minutenwijzer rond dat moment van ’springen naar de volgende minuut’ onnatuurlijk lang stilstaat. Ja, zelfs de secondenwijzer loopt niet helemaal lekker. Wat blijkt: beide wijzers staan eigenlijk voor een zeer kort moment gewoon stil. Te wachten. Stilstaan, dat is wel zeer eigenaardig voor een klok!
Blijkbaar is de enige manier voor de NS om de stationsklokken gelijk te krijgen, collectief een vorm van licht bedrog te hanteren. Hoe regelmatig de wijzers ook door de minuut heen lijken te tikken, eigenlijk wordt de minuut steeds iets te enthousiast afgelegd. De enige manier om wanorde te voorkomen, blijkt door alle klokken collectief netjes te laten wachten op de Utrechtse moederklok-puls. En dan begint de relatieve vrijheid van de wijzers op alle Nederlandse stations opnieuw. Weer voor net iets minder dan een minuut. Simpel, niet?
Nu kom ik tot mijn punt (ja, waar blijft dat?!): de relatieve chaos van de ‘wijzers’ kun je je blijkbaar alleen permitteren (als NS) als je daarnaast een andere orde introduceert: de orde van de moederpuls. Dus de schijn bedriegt! Wat we zien ‘lopen’ op de NS-klok lijkt wel heel echt, maar doet er eigenlijk niet toe. De wijzers die wij zien als perron-bezoeker zijn helemaal niet bepalend voor de klokken-accuratesse.
Kunnen we hier iets leren? Kunnen we bijvoorbeeld op het Internet de ‘vrijheid de klokkenwijzers’ toestaan zonder centrale regie? Daar valt over te debatteren. Kijk eens hoe Wikipedia bijvoorbeeld bezig is om om ‘moederpulsjes’ te introduceren en auteurs van onderwerpen beter te leren samenwerken. Of kijk hoe de photosharing website Flickr.com zich steeds vaker lijkt te bemoeien met de inhoud van foto’s (foto’s van kinderen met sigaretten schijnen te worden verwijderd). Ik pleit hier niet voor het Internet als een Stalinistische centraal geleide economie. Ik probeer te leren terwijl ik kijk. En ik probeer te leren vanĀ de wijsheid uit de analoge wereld. Ik probeer te snappen hoe de huidige vrijheid van kleinere elementen en technieken zoals weblogs, tagging, fotosharing, collective publishing en allerlei andere web2.0 elementen (de symbolische ’secondenwijzers’) zich lijken te moeten verhouden tot bovenliggende regie en ordening.
De aanhangers van Web2.0 vinden dit onzin en zullen aanvoeren dat juist pas de intelligentie van al deze ‘onafhankelijke’ elementen tesamen een geheel nieuwe ordening mogelijk maakt. Waarin het vragen om ‘moederpulsjes’ tot oud denken wordt bestempeld. Er ontstaat vanzelf een nieuwe ordening. Als ware het internet een Complex Adaptive System.
We zullen zien hoe het Internet zich ontwikkelt. Om de treinen in de analoge werld op tijd te laten rijden ondergaan we bereidwillig enig klokkenbedrog en centrale regie. Of iets dergelijks ook nodig blijkt te zijn om het ‘verkeer op de digitale snelweg’ op elkaar af te stemmen moet blijken. De eerste experimenten (van onder meer de firma Swatch) met een centrale Internet Time zijn veelzeggend.