De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft besloten om online een ‘zwarte lijst’ van zorginstellingen te publiceren. Instellingen die inmiddels onder verscherpt toezicht staan, omdat eerdere maatregelen niet gewerkt hebben. Vandaag besloot ik met een merkwaardige combinatie van beroepsmatige interesse, voyeurisme en scepsis te surfen naar deze nieuwe IGZ website. Om daar tot mijn stomme verbazing te beschikken over uitgebreide rapportages (in pdf), waarin het wel en vooral het wee van momenteel 7 zorginstellingen beschreven wordt. De ene instelling weet zich niet te houden aan de Kwaliteitswet Zorginstellingen (1996). De andere heeft een nieuwe zorgvisie dramatisch ingevoerd. Of de communicatie tussen patienten, familie/mantelzorgers en professionals is zwaar onder de maat. Op het eerste gezicht geen wereldschokkende zaken, maar zich blijkbaar afspelend op een onacceptabel niveau. Stel je werkt in dat ene verpleeghuis. Of een oom is broeder in het Kloosterverzorgingshuis. Of je dochtertje leeft in die instellling voor mensen met een verstandelijke handicap. Totaal nieuwe gesprekken zullen er nu al aan de orde zijn.
Ik heb me afgevraagd waarom de Inspectie een zo’n ongewoon hard middel kiest. Blijkbaar gaat ‘het niet snel genoeg’ en is hun aanname dat deze tamelijk agressieve internet-publicatie wel verandering brengt. De Digitale SchandpaalMethode. Of deze gaat werken valt nog te bezien. Welke ongewenste neven-effecten worden veroorzaakt door internet-keuze van IGZ? Niemand weet het nog. Het is verder mijn overtuiging dat de veelgemaakte vergelijking van de “schandpaal-website” met de historische schandpaal niet opgaat. Er zijn meer verschillen dan overeenkomsten. De historische schandpaal werd bijvoorbeeld ingezet in de concrete publieke ruimte (marktplein e.d.). Het betrof individuen van vlees en bloed. De constructie van de schandpaal (bv planken met gaten) was daarbij zodanig, dat het publiek met de vermeende misdadiger oogcontact kon hebben. Al of niet onderwijl een tomaat of ei toewerpend. Door deze bijna ondraaglijk intieme publieke veroordeling kon persoonlijke schaamte ontstaan bij de ‘beschandpaalde’ mens. Naar mijn oordeel is het precies dit persoonlijke, directe en ‘interactieve’ publieke element dat afwezig is bij een “virtuele schandpaal”. Onduidelijk is namelijk wie er zich precies schaamt. Toch niet de hele organisatie? Kan een organisatie zich schamen? Of is dat toch voorbehouden aan concrete mensen? Nee, ik ben dus op zijn minst zeer ambivalent. De ernst van het ICG werk zie ik in, maar het geheel heeft toch te veel het karakter van een experiment. Een experiment waarbij de grens van het momenteel politiek zo bejubelde transparantie- en marktdenken in de zorg voor wat mij betreft in zicht komt.

He Bartho,
Goed dat je gaat bloggen en nog wel met WordPress!
Succes er is genoeg om je mening over te geven denk ik zo!
Gr Marian
hoi Bartho, een digitale schandpaal..voor stichtingen zoals die waar ik voor werk een nachtmerrie denk ik. Vooral vanwege hun naam, tussen andere stichtingen vermoed ik. Ik weet niet direct of je als familie van een bewoner er iets aan hebt. Een te ver van het bed show. Bij families gaat het om direct ingrijpen als er iets mis is.Maar voor een stichting die aan de weg timmert is een digitaal oordeel wel belangrijk lijkt me. Wie zich dan gaat schamen? De bestuurder op de eerste plaats, de directie. Dat zijn nu eenmaal de mensen die nog tijd hebben om internet te raadplegen.
Enige vorm van vergelijken is prettig voor iedere zorgafnemer. Ik denk dat alle partijen nog een beetje moeten wennen aan marktwerking en hoe te communiceren met ‘de klant’. Beetje pionieren dus. Wat werkt en wat niet. Een vreemde situatie blijft het wel. En niet ‘klantvriendelijk’ gepresenteerd zonder enige vorm van interactie. “Doe ermee wat je wilt”, afzender IGZ.